padel tennis marbella

Wie ooit gestart is met tennis, weet dat je meer tijd achter die gele duivels aanloopt dan ertegen kan meppen en dat je vooral je knieën traint met het oprapen van een alweer gemiste bal.

In Spanje hebben ze dat slim opgelost en speelt men (bij voorkeur) ’Padel’.

Padel speel je op een ‘veld’ met glazen wanden, een racket van grafiet zonder snaren maar met een dik slagvlak met rare gaatjes in, een tennisbal met identiteitscrisis en 3 mede pedalgekken.

Door die glazen wanden (die je ook mag gebruiken), de gereduceerde afmetingen van het veld en het spel met 4 spelers is het een pak minder intensief dan tennis en dus wel zo gezellig. Een beginnende speler heeft vrijwel onmiddellijk het gevoel dat er flink wat slagen over en weer gespeeld wordt om tot een winnend punt te komen. Bovendien is, in tegenstelling tot tennis, puur krachtspel nagenoeg uit en boze want dat heeft door de kaatsende wanden eerder een averechts effect. Padel speel je met ‘gevoel’ en ‘effect’.

De sport werd uitgevonden in 1962 door een rijke Mexicaanse zakenman uit Acapulco, Enrique Corcuera. In het begin een ware elitesport voor de Mexicaanse upper class, werd het door het verhoogde speelplezier al snel populair. Het petekind van koning Alfonso XIII, prins Alfonso van Hohenlohe (ook de ‘vader’ van het mondaine Marbella) kwam op reis in Mexico in 1974 met de padelbal gunstig in aanraking en bracht een setje rackets en wat ballen mee naar Spanje. Hij liet 2 padelbanen aanleggen in zijn Marbella Club hotel en al snel waren velen gebeten door het padelvirus. Ook Manolo Santana, de in 1966 beste tennisser ter wereld, was grote fan en in de jaren 80 zorgde hij voor een enorme toename van de populariteit van de Padelsport.

Vandaag is het één van de snelst groeiende sporten ter wereld met een prachtige combinatie van toegankelijkheid en technische uitdaging en enthousiasmeert daarom jong en oud in al meer dan 18 landen om het padelracket ter hand te nemen.

Voor wie een vakantie doorbrengt aan de Costa del Sol loont het zeker de moeite eens langs te gaan bij één van de talrijke padelclubs om de gele padelbal recht in de ogen te kijken en hem er eens goed van langs te geven.